Beaujolais, beter dan ooit

Domaine Robert Perroud

Robert Perroud

Er is veel veranderd tussen Mâcon en Lyon, zo mocht ik ondervinden tijdens een recente persreis naar de Beaujolais.

Slechts één keer herkende ik de typische smaak van de (meeste) Beaujolais nouveau, die zo’n dominante stempel op het imago van het wijngebied heeft gedrukt. Een negatief stempel, wel te verstaan.

Die smaak heeft altijd iets van banaan en yoghurt of karnemelk, naar wordt gezegd het gevolg van de gebruikte gistsoort en de vergistingsmethode maceration carbonique. Althans, deze kunstmatig aandoende smaken overvleugelen de fijne fruitige en florale aroma’s van de druif gamay als het druivensap onvoldoende concentratie en karakter heeft.

Beaujolais is nooit zwaar en heeft zelden een overweldigende intensiteit. Gamay is een druif met een bescheiden ego. Maar het is onzin om Beaujolais daarom lichtvoetig of frivool te noemen. Het gaat immers niet om kracht en gewicht, maar om karakter en balans.

Niet meer zeggen: plezierwijn

Het stoort me nog meer als hij wordt omschreven als plezierwijn’, die ‘lekker wegdrinkt’. Hoezo plezierwijn? Bestaat er wijn die níét voor ons plezier is bedoeld?

De term ‘plezierwijn’ is een eufemisme geworden voor slechte primeurwijn. Het feest begon in de jaren vijftig van de vorige eeuw en in de jaren negentig was de grootste primeurpret wel voorbij. De productie was gestegen van twee miljoen flessen in 1954 tot zestig miljoen in 1992.

Dat kan alleen met meer druiven per plant of met nieuwe wijngaarden op plaatsen die daarvoor ongeschikt zijn. Gevolg: slappe, dunne wijn. Overigens wordt nog altijd 30% van de oogst (45 miljoen flessen) als nouveau verkocht, onder andere in Japan en de Verenigde Staten.

Nieuwe elan

Hoe dan ook, noodgedwongen is er veel veranderd sinds de jaren negentig. Kwaliteit staat weer centraal, de druiven worden rijper geplukt, de selectie is strenger, de vinificatie minder gehaast en soms klassiek in plaats van de methode maceration carbonique, met gebruik van inheemse, natuurlijke gisten, en soms met stabilisatie en opvoeding op (vooral oude) houten vaten.

Tevens is ook meer aandacht gekomen voor andere wijnsoorten: witte Beaujolais (chardonnay), mousserende wijn (gamay) en rosé (ook gamay). We dronken ook menig wijn uit de jaren negentig (’98, ’97, ’95, ’92) die bewijzen dat een goede Cru de Beaujolais echt wel een paar jaar in de kelder kan blijven liggen.

Kleine, onafhankelijke producenten

De verrassendste wijnen zijn te vinden bij de kleine, onafhankelijke producenten, die de kwaliteit zoeken in de wijngaard. Zij maken cuvées van oude wijnstokken of van aparte wijngaardpercelen met een speciale bodemsoort of ligging.

Ik noem Domaine Robert Perroud (Brouilly en Côtes de Brouilly – verdient een importeur!), Olivier Depardon (Morgon), Jean Marc Burgaud (Regnié, importeur Janselijn), Domaine Thillardon (Chénas – nog geen importeur? Doen!), Domaine de la Grand’Cour (Fleurie), Château de Lavernette (Beaujolais blanc, Beaujolais Villages en Pouilly-Fuissé, importeur Égrappé), Domaine de la Bouronière (Fleurie, Égrappé), Domaine de la Plaigne (o.a. Regnié), Emile Cheysson (Chiroubles), Château du Moulin-à-Vent en Domaine du Vissoux (Brouilly, importeur Vinoblesse, zie foto – expressief floraal (viooltjes), zacht in de mond, zeer elegant fruit (besjes), maar compact en stevig met een mooi lichte houttoets).

LinkedInFacebookPinterestEmailDeel dit!

Leave a Reply

Spam Protection by WP-SpamFree

de nieuwste wijnboeken

© 2014 Sjakes.com. Inloggen

web analytics
- Designed by Crystina creates & Gabfire Themes